Midden jaren ‘60, enkele supporters van een paar jonge plaatselijke renners sloegen de handen in mekaar om in samenwerking met een plaatselijke dorpsherberg een wielerwedstrijd in te richten. Het bleef niet bij één wedstrijd. Gezien het succes werd de organisatie steeds groter en er werd besloten een club te stichten met als doel de wielersport te promoten. De club sloot zich aan bij de Belgische Wielrijdersbond.

Wie de naam "De Wringers" heeft uitgevonden, kan niemand zich nog herinneren. Samenwerken loopt uiteraard niet altijd van een leien dakje, meningsverschillen werden dan ook met volle overgave verdedigd. Het ligt dan ook voor de hand dat iemand in het dorp wel zal gezegd hebben:

" De wringers, dat zou ne goeie naam zijn voor jullie "

De wielersupportersclub "WSC De Wringers Bertem"werd geboren. Naast de wedstrijden op de weg, was men ook zich gaan toeleggen op het inrichten van veldritten. In die tijd sprak men weliswaar nog niet van de Superprestige, GBA-trofee of de Wereldbeker, toch had de Bertemse veldrit naam en faam in het wielerwereldje. Zo waren Eric en Roger De Vlaeminck, Bert Vermeire, Rolf Wolfshohl en andere, jaarlijks te bewonderen in Bertem.

De sportafdeling van Het Laatste Nieuws organiseerde jaarlijks ‘De Stunt‘, plaatselijke fietstochten met als doel iedereen op de fiets te krijgen. In 1972 namen enkele sportievelingen, hoofdzakelijk leden van de supportersclub, hieraan deel.

Zo vormde zich een groep enthousiastelingen die samenkwamen om wekelijks hun kilometertjes te fietsen. Vanaf 1973 kwam er meer structuur in, de wielertoeristenclub " WTC De Wringers " werd gesticht.

Iedere zondagmorgen kwamen zelfs tot wel 60 deelnemers samen, om onder begeleiding van baankapiteins, in een gezapig tempo een uitgestippeld parcours af te leggen, mannen, vrouwen, kinderen, jong en oud, iedereen was welkom.

Ook ieder lid in dezelfde fietsoutfit steken was voor het bestuur een hoofdbetrachting. Vanuit die tijd stamt de welgekende en geprezen wollen, helgroene en met gele opschriften koerstruien, -broeken en -vesten.

Er waren dus twee clubs, De Wringers WSC en WTC, ieder met zijn eigen voorzitter, secretaris en penningmeester.

De supervedetten uit het veldrijden werden te veeleisend, het werd moeilijker om het budget rond te krijgen. Ook bij de rijdende leden kwam de mot erin, ouderen worden ouder en jongeren werden aangetrokken door andere sporten en/of geneugten.

Geleidelijk aan smolten de twee besturen samen. Er werden gezamenlijk zowel wegwedstrijden als fietstrips en -weekends georganiseerd.

WSC en WTC werd één club, namelijk de wielerclub " WK De Wringers ". Eind jaren ‘90 zag men het groter. Op vraag van en in samenwerking met de supportersclub van een plaatselijke renner werd een interclubwedstrijd voor wielrenners ‘beloften en elite zonder contract‘ ingericht.

Eerste jaar was het moeilijk, de jaren nadien werd
" De Omloop tussen Voer en Dijle " een zeer gegeerd spektakel.

Organisatorisch werd het echter zowel voor het bestuur als voor zijn leden te zwaar. Ook en vooral omdat er meer interesse was voor het fietsen en mountainbiken dan voor de koersen, werd de samenwerking stopgezet.

WK De Wringers bleven bij de fiets en de mountainbike. De Bertemse Wielervrienden namen de wedstrijd voor hun rekening.

De laatste jaren zit het wielertoerisme in de lift. Alle omliggende clubs kennen een gestage groei.

De Wringers blijven uiteraard niet achter en volgen de algemene trend zijnde meerdere groepen met aangepaste snelheden.

" Zo is er voor ieder wat wils. "